top of page

Brothers Forever in Arms

Toen Jim en Jack Hunter naar de Grote Oorlog vertrokken, was het een reis naar een levende hel. In die hel wiegde Jim zijn grote broer Jack in zijn armen toen hij stierf in de Slag om Polygon Wood.

Een bronzen standbeeld dat hun tragische omhelzing uitbeeldt, is nu op weg naar een oorlogsmemoriaal in Vlaanderen, dankzij de vaardigheden, vrijgevigheid en inzet van verschillende Victorianen.

De Grote Oorlog maakte geen einde aan alle oorlogen, alleen aan miljoenen levens. En voor elk leven dat op het slagveld werd vernietigd, waren er meer die werden gebroken door verwondingen of de blijvende gevolgen van verschrikkingen die geen mens kon verdragen. Duizenden Australische families stuurden meer dan één zoon naar de oorlog, soms meerdere broers. Sommigen verloren zelfs vaders en hun zonen.

Sommige familieleden meldden zich in paren of groepen aan, in de ontroerende maar onwaarschijnlijke hoop dat ze elkaar konden beschermen.

Zo was het voor Jack en Jim Hunter, boerenjongens uit het landelijke Queensland. Ze waren onafscheidelijk als kinderen, grote broers in een gezin van zeven, van wie hun moeder Emily in 1909 stierf tijdens de bevalling.

In 1916 wilde de vader van Jack en Jim niet dat zij zich aanmeldden. Tegen die tijd werden de lijsten met slachtoffers langer en verloor vrijwel elk district zonen, broers en echtgenoten.

Maar Jim Hunter, 25, wilde God, koning en vaderland dienen en droomde ervan de wereld te zien en te redden. Onder het patriottisme school een gevoel van avontuur. En daaronder, onuitgesproken maar krachtig, lag de angst om als lafaard of werkschuwe te worden gezien.

Jims oudere broer Jack had een geliefde met wie hij wilde trouwen, en hij wist dat zijn vader op hem vertrouwde om te helpen bij het runnen van de boerderij en het aannemersbedrijf. Hij wilde niet naar de oorlog, maar toen Jim zich aanmeldde, besloot Jack twee dagen later dat hij ook moest gaan.

Ze verlieten de boerderij in Nanango, nabij Kingaroy, eind 1916.

In zijn onschuld, en uit liefde voor Jim en hun vader, deed Jack dezelfde loze belofte die duizenden anderen aan hun ouders deden: dat hij op zijn broer zou letten en ervoor zou zorgen dat ze allebei veilig thuiskwamen.

Alsof.

Alsof ze naar een kostschool gingen of zich bij een voetbalteam aansloten.

Alsof ze niet geconfronteerd zouden worden met kogels, bommen en een slachting op een schaal die de geschiedenis nog nooit had gezien.

Dus gingen ze.

En inderdaad, het was een prachtig avontuur, totdat ze de levende hel bereikten. De reis per troepenschip was fascinerend voor mannen van het platteland van wie de wereld niet verder reikte dan sporadische bezoekjes aan Brisbane.

De opleiding op het Engelse platteland had iets sprookjesachtigs voor jongens die waren opgegroeid met Engelse kinderboeken. Maar het Westelijk Front dat ze in augustus 1917 bereikten, lag vol modder en bloed, vol ellende en de dood van ontelbare mannen en dieren. De Hunters zaten in de 4e Divisie, die naast andere Australiërs en Kiwi’s vocht in de Slag om Polygon Wood bij Passchendaele, waar 43.300 Anzacs werden gedood of gewond.

Jim moest toekijken hoe zijn broer Jack zijn zenuwen probeerde te verbergen op de ochtend van 26 september, toen een officier hem het bevel gaf ‘over the top’ te gaan naar niemandsland om een stuk glimmend metaal te verplaatsen dat in de ogen van geallieerde soldaten schitterde terwijl ze richtten.

Het lijkt een flauwe reden om de dood onder ogen te zien. Je vraagt je een eeuw later af of dit hinderlijke stuk metaal niet gewoon kapotgeschoten had kunnen worden. Je zou denken dat het beter was wat munitie te verspillen dan een jong leven te riskeren.

Maar Jack Hunter moest bevelen opvolgen, hoe suïcidaal ook. Zijn generatie gehoorzaamde de geest van Tennysons ijzingwekkende woorden: ‘Ours is not to reason why, ours but to do or die.’ 'Het onze is niet om te redeneren waarom, het onze is om te doen of te sterven'

Hij klom uit de loopgraaf en rende door niemandsland. Jim keek toe en wachtte, bang dat zijn broer zou sterven voor niets meer dan een klein voordeel in een militaire patstelling over een stukje grond niet veel groter dan een achterveld in Queensland.

Terwijl Jim wachtte, hoorde hij een mortier ontploffen. Jack strompelde terug de loopgraaf in, gewond door granaatscherven.

Jim hield hem in zijn armen, de persoon die hij het meest liefhad in de wereld. Hij sleurde hem weg van de linies richting een hulppost, maar niets kon Jack nog redden.

Er lagen nog andere dode mannen op dezelfde plek. De strijd woedde voort. De levenden groeven snel een brede, ondiepe kuil voor de doden. Jim, gebroken van verdriet maar praktisch en zorgvuldig, wilde iets beters voor Jack dan hem in een modderige kuil te gooien als een dood dier.

Hij vouwde Jacks handen op zijn borst, wikkelde zijn lichaam zorgvuldig in een dik rubberen grondzeil en bond het netjes vast met prikkeldraad.

Toen de andere lichamen in het graf werden gelegd, legde Jim Jack iets apart neer, met zijn hoofd in de tegenovergestelde richting. Hij probeerde waardigheid te vinden in de chaos – maar ook een onderscheid te maken zodat hij later zijn lichaam gemakkelijker terug kon vinden.

Hij keek goed om zich heen om de plek na de oorlog terug te kunnen vinden. Het was bij een bocht in de weg, nabij het gehucht Westhoek. Zijn belofte aan zijn dode broer, en aan hun vader was, dat hij terug zou komen om Jacks lichaam naar Queensland te brengen, om hem bij hun moeder te begraven.

De oorlog eindigde. Vijf maanden na de wapenstilstand keerde Jim terug naar Vlaanderen om zijn belofte na te komen. Maar hij kon de bocht in de weg niet vinden. Hij kon niet weten dat de weg op een andere plaats was heraangelegd. De nieuwe weg liep recht over het graf van Jack en de anderen heen.

Gebroken keerde Jim terug naar Australië, gewond aan lichaam en geest. Hij werd verpleegd in het lokale ziekenhuis. Zijn favoriete verpleegster was Esme Butler, een kleine vrouw die van dieren en kinderen hield. Ze trouwde met Jim en samen kregen ze zes kinderen, een compensatie voor de kinderen die Jack nooit kreeg.

Jim Hunter, net als duizenden ‘teruggekeerde mannen’, kwam de oorlog nooit helemaal te boven. Zijn hele leven bewaarde hij de foto van hem en Jack in uniform, genomen voordat ze in die verre zomer van 1917 naar Europa vertrokken. Jims geest dwaalde. Voor hij op 85-jarige leeftijd stierf riep hij in paniek: ‘Waar is Jack? Waar is Jack?’

Dat is het. Weer een verdrietig oorlogsverhaal. Eén van de vele. Maar dit verhaal eindigt niet met de dood van Jim Hunter.

Het is 2006. Op een septemberdag werkt Johan Vandewalle in zijn café en militair museum, Anzac Rest, bij Polygon Wood in de gemeente Zonnebeke in Vlaanderen, wanneer hij een telefoontje krijgt.

Het is een werfleider wiens ploeg een geul graaft onder een weg net buiten de Westhoek. Hij vertelt Vandewalle dat de graafmachine menselijke resten heeft blootgelegd en dat hij snel moet komen, want ze willen het werk niet ophouden.

Vandewalle haast zich naar de locatie in de hoop schade aan de skeletten te voorkomen. Hij is dit gewend. Als aannemer van beroep en amateurarcheoloog en oorlogshistoricus uit interesse is hij opgegroeid in de slagvelden van Vlaanderen, gefascineerd door de Grote Oorlog en een expert op het gebied van tunnels en loopgraven.

Hij ziet meteen dat de vijf lichamen Australisch zijn. Hij dringt er bij de arbeiders op aan voorzichtig te zijn. ‘Dood de soldaten niet opnieuw,’ zegt hij, terwijl hij tijd probeert te winnen om de resten intact te bergen.

De 'Zonnebeke Vijf' worden genummerd en zorgvuldig verplaatst. Experts verkleinen de mogelijke identiteiten van duizenden naar tientallen, waarna DNA-tests op de botten worden vergeleken met familieleden van soldaten die eind 1917 sneuvelden. Drie van hen worden geïdentificeerd.

Een is George Calder. Een andere is George Storey. En lichaam nummer vijf is Jack Hunter. Het is beter bewaard gebleven dan de anderen doordat hij in een grondzeil gewikkeld was. En het lag omgekeerd.

Het identificeren van Jack via het DNA van zijn nicht Molly Millis brengt het verhaal van de broers die naar de oorlog trokken naar voor. Het is één verhaal uit duizenden maar voor Johan Vandewalle en een toegewijde groep Australiërs, geïnspireerd door de broeder band van de Hunters, vertegenwoordigt het alle families die meerdere leden naar de oorlog stuurden.

Dat is de korte versie van het ontstaan van het Brothers In Arms project, dat een herdenkingspark wil oprichten nabij het bos bij Zonnebeke, het centrum van de verschrikkelijke veldslagen van 1917.

Niets gebeurt snel of gemakkelijk wanneer overheden en bureaucratieën betrokken zijn, laat staan wanneer ze zich verschuilen. Tegen 2015 hadden Vandewalle en zijn vrienden de plannen voltooid voor het pronkstuk van het voorgestelde park.
Ze stelden een bronzen standbeeld voor van Jim Hunter die de stervende Jack in zijn armen houdt.
Een kunstenaar maakte schetsen op basis van familiefoto’s die toonden hoe de broers Hunter eruitzagen toen ze zich in 1916 aanmeldden.

De supporters van het project wisten dat het tijd zou kosten, maar vooral geld, om een levensgroot standbeeld te maken. Aanvankelijk wilden ze het beeld oprichten ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de Slag om Polygon Wood in 2017, maar die deadline sneuvelde door officiële onverschilligheid.

Ze bleven vechten, haalden geld op en betaalden voorschotten in termijnen aan de beeldhouwer Louis Laumen uit Melbourne, die ruime ervaring heeft met bronzen beelden. Ze kwamen een prijs overeen van zeven termijnen van telkens 27.000 dollar om het volledige proces te financieren.. Van schaalmodellen tot het gieten van het uiteindelijke standbeeld in de Fundere fine art-gieterij in Sunshine, en daarna het perfectioneren van de details met gieterij expert Jason Waterhouse.

Er is een dorp nodig om een kind groot te brengen. en een dorp om een standbeeld op te richten in een afgelegen Vlaams dorp.

Een sleutelfiguur, enthousiast gemaakt door Johan Vandewalle’s concept, is Craig Hunt, een financieel directeur uit Melbourne. En er is Kellie Dadds, een gepensioneerde officier van het leger, die een register heeft opgebouwd van meer dan 5000 Australische families die twee of meer gezinsleden naar de oorlog stuurden.

De nazaten van Jim Hunter staan volledig achter het project. Een van zijn kleindochters, Janice Eldridge uit Essendon, is teleurgesteld dat de Australische regering — zelfs het Australian War Memorial — het Brothers In Arms project heeft genegeerd. Ze vraagt zich af of dat komt omdat het idee buiten de ‘Canberra-bubbel’ is ontstaan.

Toch hadden ze er vertrouwen in dat ze de nodige middelen konden inzamelen. Tot de pandemie begin vorig jaar alle openbare bijeenkomsten bevroren. Toen kwam het project tot stilstand en leek het op sterven na dood.

En toen kwam Bill Gibbins, een zakenman uit Melbourne die filantroop werd. Hij zet zich eerder in voor Anzac-gerelateerde projecten.

Dit is de man die in 2007 de Rats of Tobruk vergaderzaal in Albert Park kocht en deze ter beschikking stelde aan veteranenfamilies zolang zij die nodig hadden.
Dit is de man die zo geïnspireerd raakte door het verhaal van het Australische oorlogspaard ‘Bill the Bastard’ (dat vijf Australische ruiters redde tijdens de Slag bij Romani in 1916), dat hij de oprichting van een standbeeld van het paard en zijn ruiters in New South Wales ondersteunde.

En bovenal is Gibbins de man die het jaarlijkse Jericho Cup-paardenrenevenement in Warrnambool oprichtte, dat begon in 2018. De vierde Jericho Cup, een marathonrace van 4600 meter, wordt aanstaande zondag gelopen.

Tegen die tijd zal, dankzij de vrijgevigheid van Bill Gibbins, het voltooide standbeeld van Jim en Jack Hunter al goed op weg zijn naar zijn permanente plaats in de Vlaamse velden. Daar zal het het middelpunt vormen van een gedenkplaats die duizenden bezoekers diep zal raken wanneer zij het aangrijpende slagveld van de Grote Oorlog bezoeken.

In de buurt zullen ontroerende songteksten te lezen zijn uit het lied 'Brothers in Arms' van Mark Knopfler. Het lied zegt onder meer:
‘In the fear and alarm,
You did not desert me.’
Wat een prachtig grafschrift zou zijn voor de broers Hunter en duizenden anderen zoals zij.

Laten wij hen gedenken.

Copyright: Wouter Feys WebDesign, 2021.

Wij hebben uw steun nodig!

Met PayPal doneren
bottom of page